zwerfie zwerm beweging

12.000 mensen die gewoon doen

 

Toen ik 2010 begon met zwerfafval opruimen, elke dag minstens één stukje, voelde dat in veel opzichten belachelijk.

Natuurlijk had ik, zoals bijna iedereen die begint met zwerfafval opruimen last van schaamte: “Wat zullen de buren wel niet denken?”  Onmiddellijk gevolgd door nog meer schaamte; Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat ik me schaam terwijl ik iets goed doe? Daar hoefde ik niet lang over na te denken: je ziet het nooit iemand anders doen. Dan voel je je al snel gekke Henkie.

Maar wat nu raar gevonden wordt kan over een paar jaar heel gewoon zijn. Als mensen dat ‘rare gedrag’ maar vaak genoeg zien wordt het vanzelf normaal. Kijk maar eens wat mensen eind jaren negentig van een mobiele telefoon vonden.

 

Te grappig toch? Niet voor te stellen dat mensen zo over mobiele telefonie dachten. Dat wil ik dus ook met zwerfafval; je niet voor kunnen stellen dat er ooit mensen langs zwerfafval liepen zonder het op te pakken.

Dus ik ging, in plaats van stiekem, juist opvallend zwerfafval opruimen.  Je ooit afgevraagd waarom ik elke dag gele schoenen draag? Nou, daarom dus, een beetje opvallen is oké. Teveel opvallen, dan wordt het een act of een ego-trip.

Maar het voelde ook belachelijk om maar zo weinig op te ruimen.

Het is toch veel effectiever om veel zwerfafval op te ruimen?

Ik liep dus niet met zo’n grote zak in een ring, of met een karretje achter me aan zeulend. Dan krijg je schouderklopjes, sommige mensen noemen je een ‘held’ en je krijgt een stukje in de krant. Er zullen maar weinig mensen zijn die vervolgens ook elke dag met een zak of een karretje langs de weg gaan lopen. Ik wil juist dat mensen gaan denken ‘dat kan ik ook’ of ‘waarom doe ik dat eigenlijk niet?’. Dat krijg je eerder voor elkaar als je weinig opruimt. En het natuurlijk opruimt met een vrolijke lach.

Al in 2011 had ik uitgerekend dat we maar een klein gedeelte van de Nederlanders nodig hebben. Als een kwart dagelijks één stukje opruimt zou het woord zwerfafval alleen nog te vinden zijn in het Van Dale Modern verdwijnwoordenboek.

Die ontdekking wilde ik graag zoveel mogelijk in het nieuws. Maar ja, vind maar eens een journalist die dat begrijpt… Daarom bouwde ik de Wereld van Zwerfvuil. Daarom maakte ik de #zwerfie-film. Daarom maakte ik dit filmpje om aan te tonen hoeveel we elke seconde van elke dag kunnen opruimen. Daarom bouw ik nu de Plastic Madonna.  Daarom maak ik straks op de dag van de Duurzaamheid een filmpje op de Grote Markt van Groningen met tweehonderd jongeren.

Ik heb de capaciteit noch de financiën om te onderzoeken hoeveel effect dit heeft gehad. Wel kom ik bijna dagelijks iemand tegen die me na roept: “Door jou ben ik ook zwerfafval gaan opruimen” als ik hem of haar voorbij fiets.  Als ik het totale bereik van al die TV-uitzendingen, radio-, tijdschriften- en kranteninterviews op 2.400.000 schat en dat vervolgens 1 op 200 daadwerkelijk iets aan zwerfafval gaat doen dan zijn er nu door heel Nederland 12.000 mensen ‘gewoon gaan doen’. Misschien dat je 12.000 mensen al heel veel vindt? Als je dit anders uitdrukt, in een percentage van de Nederlandse bevolking dan is dit nog ‘maar’ 0.07%. Er is dus nog voldoende mogelijkheid tot groei. Deze 0.07% zijn de allereerste early adopters. Zelfs als deze early adopters maar één stukje per dag opruimen (ik ken niemand die het maar bij één stukje per dag kan laten, ik zelf ook niet, haha)  dan levert dit al snel 4.500.000 stuks zwerfafval per jaar op. En daarmee is dit al de

 grootste opruim actie van Nederland!

Natuurlijk ga ik door, net zolang tot “those who prefer to stay part of the crowd” ook mee zijn gaan doen.

 

 

Schoonachtend,
Peter Smith

No comments yet.

Geef een reactie